Op basis van een vergelijking van de in “kantongerechtsprocedures” te maken kosten van dagvaarding, griffierecht en  uitgaande van een procedure die een gemachtigdensalaris van 2 punten oplevert, bijvoorbeeld een procedure waarin 1 schriftelijk stuk (dagvaarding, conclusie) wordt gewisseld en een hoorzitting (“comparitie van partijen”) plaats vindt is onderstaande vergelijking opgesteld.

grafiekkosten

Bedenk dit wel !

  • Het wordt nog veel duurder. Zelfs de Raad voor de Rechtspraak protesteert bij de aangekondigde forseverhoging van het griffierecht, waardoor het met name voor kleinere vorderingen nog moeilijker wordt die via de rechtspraak te incasseren. KLIK HIER
  • De kosten die bij miniarbitrage komen kijken zijn beperkt tot de arbitragekosten. In de opstelling wordt geen rekening gehouden met z.g. “buitengerechtelijke incassokosten” volgens het z.g. BIK-tarief, die bij geldvorderingen de voor en na de mini-arbitrage te maken kosten aan de kant van de crediteur moeten dekken. Als de crediteur gebruik maakt van een extern incassobedrijf, zal deze wellicht bij de tariefstelling hierbij kunnen aansluiten. Als de crediteur het voortraject zelf inricht en uitvoert, ontvangt deze de buitengerechtelijke kosten.
  • Deze opstelling houdt bij de kosten voor kantongerechtsprocedures alleen rekening met het volgens het z.g. liquidatietarief berekende gemachtigdensalaris voor één partij. Bij kleine bedragen, zoals in het voorbeeld van een vordering van € 500,=, is dat € 60,= per ‘punt”. Als b.v een advocaat/gemachtigde een dagvaarding opstelt en de zitting bijwoont, levert dat twee punten op. Dat de werkelijke kosten hoger liggen moge duidelijk zijn.
  • Als de verweerder zich door een advocaat/gemachtigde in een kantongerechtsprocedure laat bijstaan, heeft deze, ongeacht of deze in aanmerking komt voor een toevoeging in het kader van de Wet op de Rechtsbijstand, ook aan die zijde aanzienlijke kosten. Ook deze zijn in het overzicht niet meegenomen.
  • In de kostenopstelling van mini-arbitrage zit nog geen post opgenomen voor de kosten van neerlegging van het arbitraal vonnis bij de rechtbank en het verkrijgen van een z.g. exequatur (verlof tot tenuitvoerlegging). De kan in praktische zin gebeuren door het juridisch secretariaat, welke  werkzaamheden wel in de arbitragekosten zitten. De staat vraagt echter voor deze meestal eenvoudige handeling € 120,= (!).