Arbitrage is een vorm van “rechtspraak”, waarbij partijen, zonder tussenkomst van de overheid, de beslissing over hun geschil over laten aan scheidsrechters (arbiters). Het past in de huidige maatschappelijke ontwikkeling om burgers meer zelf verantwoordelijkheid te geven en past bij een terugtredende overheid.

Die overheid treedt op allerlei terreinen terug, ook op het terrein van de civiele rechtspraak. Dat blijkt niet alleen uit de hoger wordende kosten, zoals het steeds stijgende griffierecht en de bezuinigingen op de gefinancierde rechtshulp, met ook uit de steeds hoger wordende eigen bijdragen en vergoedingen die de kosten van rechtshulp door een advocaat niet of nauwelijks dekken. Rechtsbijstand door een advocaat, die in veel rechtszaken verplicht is en wiens inschakeling in andere gevallen vanwege de complexe procedureregels daarom haast onvermijdbaar is, is bij zaken met een relatief gering financieel belang of een betrekkelijk eenvoudig feitelijk en/juridische achtergrond eigenlijk gewoon te duur. Daarom zullen partijen het, met kennis en toelichting die in de moderne informatiemaatschappij beter beschikbaar is geworden, het veelal zelf kunnen en soms moeten doen.

Het aantal plaatsen waar de overheid rechtspraak aanbiedt is, door de sluiting van veel kantongerechten, sterk geslonken. Die ontwikkeling is nog niet aan zijn eind. Voor rechtzoekenden en hun advocaten of andere procesvertegenwoordigers betekent dit langere reistijd en afstanden, naar zittingen. Dat leidt tot dienovereenkomstig hogere kosten van tijdsbeslag en vervoer daar naartoe.

De overheid bevordert ook alternatieve vormen van geschilbeslechting, bijvoorbeeld middels mediation en dejuridiseert zoveel mogelijk onderwerpen.

De recente modernisering van het arbitragerecht, die in juni 2014 in het staatsblad werd gepubliceerd, ligt in de lijn van die ontwikkeling. Die modernisering maakt bijvoorbeeld de verregaande afwikkeling via digitale weg, zoals voorzien bij MVA mini-arbitrage, mogelijk. Het MVA mini-arbitragereglement voorziet niet alleen in het horen van partijen door de scheidsrechter, waardoor deze de gelegenheid heeft om een regeling te bevorderen, die dan in het vonnis kan worden opgenomen, maar kent, als partijen dat willen, de mogelijkheid om in geschikte gevallen door te verwijzen naar een mediator.

Overigens voorzien wij dat de in de procedure opgenomen hoorzitting ook zal worden gebruikt om, zoals in de overheidsrechtspraak ook gebeurt, de scheidsrechter de gelegenheid te geven om partijen tot een minnelijke regeling te brengen. Zo wordt mini-arbitrage misschien ook wel mini-mediation.

Door eisende partij en verweerder, als bijstand van een juridisch specialist niet strikt nodig is, het zelf te laten doen, wordt de overheidsrechtspraak ontlast, komt het sneller tot een bindende uitspraak en worden flink wat kosten bespaard.